Wim Zwamborn is WNC’s duizendpoot

WAARDENBURG – Zijn woning staat op zeshonderd meter van het complex van WNC en dat is maar goed ook, want Wim Zwamborn is veel bij de Waardenburgse trots te vinden. Héél veel. Zijn veelomvattende ‘baan’ is maar in één woord te vangen: duizendpoot.

Zwamborn, in het dagelijkse leven kraanmachinist, kan weer een beetje lachen. Dat heeft alles te maken met de cheque die zijn club net voor kerst mocht ontvangen van de Vriendenloterij. Als ‘Club van de Week’ ontving WNC een bedrag van tienduizend euro. “Een mooier kerstcadeau konden we ons niet wensen”, reageert Zwamborn, die onder het motto ‘niet geschoten is altijd mis’ een paar maanden geleden een mailtje stuurde naar de Vriendenloterij. De 57-jarige Waardenburger verkeerde destijds in een geheel andere gemoedstoestand. Kort daarvoor was er voor de tweede keer in anderhalf jaar tijd ingebroken bij WNC, waarbij twee grasmaaiers en twee trekkers waren gestolen. Zwamborn ontdekte de inbraak. “Toen ik aankwam stond het hek open en bekroop mij meteen het gevoel dat er iets niet pluis was. Op het moment dat je een lege container ziet, springen de tranen in je ogen.”

“We zijn een makkelijk doelwit, hé”, vervolgt hij. “We liggen naast de snelweg. Een snellere vluchtroute is er niet.” Inmiddels heeft WNC camera’s opgehangen. Bij de minste of geringste beweging komt er bij Zwamborn een melding binnen. “Ik ben al een paar keer om zes uur ’s ochtends uit bed gesprongen. Bleek het om een kat te gaan.”

Zwamborn trekt de lijnen op de velden, verzorgt de kleding en het materiaal van alle teams, doet de wedstrijdzaken, fluit wedstrijden en is algemeen bestuurslid van WNC. Als er nog tijd over, doet hij ‘alle voorkomende werkzaamheden’. Voor hemzelf is het een vanzelfsprekendheid. Zoals hij na iedere werkdag tussen vier en vijf uur ’s middags even een kijkje komt nemen op de club. “Vaak eet ik thuis snel en ga daarna naar de club.” Hij heeft bij WNC een zesdaagse werkweek. Van maandag tot en met zaterdag loopt hij op de club rond. “Er is altijd wat te doen.”

“Ik ben ook een tijdje scheidsrechter geweest voor de KNVB. Ik floot wedstrijden op zondag derde en vierde klasse. Daar ben ik op een gegeven moment mee gestopt. Mijn vrouwen en kinderen hadden ook aandacht nodig. Bovendien kreeg ik niet de meest aantrekkelijke wedstrijden. Ik speelde toen nog zelf. De KNVB zag liever dat ik mij volledig zou concentreren op het fluiten.”

Nu fluit hij op zaterdag één, soms twee wedstrijden bij WNC. “De leeftijd gaat ook tellen, hé. Zodra ik het niet meer kan belopen, stop ik, heb ik altijd gezegd. Zoals ik ook altijd één lijn trek. Ik fluit regelmatig mijn zoon, maar als hij geel krijgt, maak ik daar gewoon melding van. Ik moffel niks weg.” Hij is ook al jaren wedstrijdsecretaris. Het digitale wedstrijdformulier kent voor hem geen geheimen meer. “Tik, tik, tik en klaar. Ideaal hoor. Vroeger moest je alles met de hand doen. Eerst wilde ik er niet aan, maar nu het er is, geweldig.”

WNC heeft 250 leden, vijf senioren- en tien jeugdteams. Dat is precies goed, vindt Zwamborn. “We hoeven niet groter te worden hoor. Ik kom wel eens bij grote clubs. De mensen daar kennen elkaar niet eens. Laat ons maar dat gezellige cluppie blijven.” Dat is onveranderd gebleven, ook toen WNC besloot om spelers te gaan betalen. “Dat is allemaal netjes geregeld, maar daar bemoei ik mij niet mee. De jongens van buiten passen heel goed bij de club. Dat is belangrijk. Doen we het met alleen Waardenburgse jongens, dan stopt het in de derde klasse. Spelen op eerste klasse-niveau vind ik persoonlijk een stuk aantrekkelijker. Beter voetbal, maar ook betere wedstrijden. We hebben dit seizoen al twee keer Roelof Luinge over de vloer gehad. Dat is een genot om die man aan het werk te zien. En een plezier dat hij heeft. Hij was na afloop niet weg te krijgen.”

Bron: Voetbaljournaal